Ragnarøk, een verhaal uit de Noorse mythologie dat gaat over het einde van de wereld maar ook het opbloeien van een nieuwe. Een verhaal over transformatie. Iets wat het jonge team van Ragnarøk Clothing nou graag zou willen zien in de mode-industrie. Het Zwols Mediahuis gaat in gesprek met medeoprichter Daniel Cohen Stuart over fast fashion, innovatie en consumeren.

Kun je me wat meer vertellen over Ragnarøk?

“Zeker. Mijn businesspartner Yann Wunsch en ik zijn twee jaar geleden begonnen met het ontwikkelen van het concept. Dit kwam voort uit een gedeelde frustratie. Er wordt namelijk veel gesproken over duurzaamheid in de kledingindustrie, maar echte verandering is er nog niet. Kledingbedrijven moeten betere keuzes maken. Hoe ze dat moeten aanpakken, kunnen ze afkijken bij ons bedrijf. Ragnarøk zien wij dus als een blauwdruk voor de kledingmerken van morgen.”

Hoe ziet een kledingmerk van morgen er dan uit?

“Er zijn een aantal belangrijke kenmerken die wij vinden dat een kledingmerk moet hebben.Ten eerste moet je lokaal produceren. Zo produceren wij onze kleren hier in Zwolle. Het tweede punt is dat de kleding ontworpen moet zijn voor circulariteit. Dat betekent dat je er vanaf het begin voor zorgt dat je het kan hergebruiken. Bij Ragnarøk is dat terug te zien in verschillende dingen. Onze shirts zijn gemaakt van een materiaal genaamd Lyocell, wat wordt gewonnen uit houtpulp. Mensen kunnen dit vaak niet geloven maar het is echt een heel zacht materiaal. Wat nog belangrijker is: Het materiaal kan op dezelfde manier worden afgebroken als het wordt gemaakt, waardoor het theoretisch gezien oneidig her te gebruiken is. Verder is het creëren van een eerlijk en transparant product erg belangrijk voor ons. Daarom heeft ieder kledingstuk zijn eigen QR-code. Bij het scannen van die code kun je er achter komen waar het product vandaan komt, hoe het gemaakt is én hoe jij ervoor kan zorgen.”

In het woord duurzaamheid zit natuurlijk ook het woord duur, is dat ook daadwerkelijk zo?

“Dat is helaas wel voor een gedeelte waar. De prijzen liggen hoger als je iets duurzaam produceert. Met 10 á 20 euro voor een shirt, red je het gewoon niet. Bij ons zit je al snel op de 40 euro voor een shirt. Dit is echter wel wat je kledingstuk zou moeten kosten. Je moet het namelijk zien als een soort investering. Een duurzaam kledingstuk zal namelijk langer mee gaan. Wij verwachten dat het uiteindelijk niet meer haalbaar is voor fast fashion ketens om de kleding zo goedkoop te produceren. Het transporteren van kleding wordt steeds duurder door het stijgen van de olieprijzen. Onze aanpak wordt dan in een keer heel aantrekkelijk en veel goedkoper.”

Onze volgers zouden graag wat meer informatie willen over Greenwashing. Kun je daar meer over vertellen?

“Greenwashing is een heel belangrijk onderwerp in de kledingindustrie en ook voor ons een grote uitdaging. Greenwashing is het gebruik maken van woorden zoals ‘duurzaam’ om mensen gerust te stellen. Zo kunnen zij zo weinig mogelijk veranderen aan hun huidige werkwijze. Neem bijvoorbeeld de ‘duurzame’ campagnes van de H&M. Ze gebruiken wellicht organisch katoen en daar is ook niks mis mee. Maar zorgt het voor een substantiële transformatie en gaat het daadwerkelijk een lagere impact realiseren? Nee, dat is niet het geval. H&M kan alsnog goedkope kleding blijven produceren. Duurzaamheid is nu zo’n containerbegrip geworden dat het eigenlijk niks meer inhoudt. Daarom proberen wij ook andere woorden te gebruiken zoals ‘verantwoordelijk’.”

Waar zijn jullie momenteel mee bezig?

“Een ding is zeker; we zullen er altijd naar streven om te blijven innoveren en verbeteren. Op dit moment zijn we bezig met een levenslang reparatiebeleid. Mensen moeten bij ons kunnen aankloppen voor het repareren of vervangen van een van onze producten. Daarnaast hebben we ook een subsidieaanvraag lopen bij de gemeente. We willen graag subsidie vragen voor een lasertechnologie toepassing. Daarmee kunnen we namelijk onze kleding bedrukken zonder inkt te gebruiken. Erg spannend want in de komende twee weken zullen we te horen krijgen of dit door kan gaan.”

Welke tips zou jij geven om je eigen shop gedrag te verbeteren?

“Het belangrijkste dat wij aan iedereen willen meegeven is reduce, reuse, recycle. Als je duurzamer wilt consumeren moet je ten eerste minder consumeren. Je moet kijken naar je eigen consumptiepatroon. Hoe vaak ga je nieuwe kleding kopen? Hoe erg heb je het nodig? Wat kan je nog doen met de kleding in jouw eigen kledingkast? Kun je kleding ruilen met iemand? Probeer dus bewust te consumeren. Ik zou graag willen meegeven dat wij als jongeren een enorme opgave hebben om onze toekomst nog een beetje rooskleurig te maken. Dat voelt soms heel erg overweldigend, dat herken ik zelf maar al te goed. Maar als we allemaal onze schouders eronder zetten, dan kunnen we echt wel veel teweeg brengen. En weet ook; het is niet erg om te falen, het is vooral erg om niet te proberen.”

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *